verbloemen
werkwoordBetekenis
- een onplezierig feit verbergen met schone schijn
Vervoeging van verbloemen
verbloemenhele werkwoord — verbloemdeverleden tijd enkelvoud — verbloemdenverleden tijd meervoud — verbloemdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verbloem | verbloemde |
| jij | verbloemt | verbloemde |
| hij, zij, het | verbloemt | verbloemde |
| wij | verbloemen | verbloemden |
| jullie | verbloemen | verbloemden |
| zij | verbloemen | verbloemden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verbloemd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verbloemd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verbloemd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verbloemd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verbloemd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verbloemd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verbloemd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verbloemd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verbloemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verbloemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verbloemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verbloemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verbloemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verbloemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verbloemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbloemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verbloemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verbloemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verbloemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbloem | gebiedende wijs |
| verbloemd | verleden tijd, deelwoord |
| verbloemd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verbloemd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verbloemd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbloemd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbloemd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbloemd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verbloemd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verbloemd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbloemd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbloemd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbloemde | verleden tijd |
| verbloeme | aanvoegende wijs |
| verbloemend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verbloemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbloemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verbloemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbloemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verbloemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verbloemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verbloemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verbloemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verbloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verbloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verbloemd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbloemd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verbloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verbloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbloemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbloemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbloemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verbloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbloemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbloemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbloemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verbloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbloemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verbloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbloemd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbloemd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbloemd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbloemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verbloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbloemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbloemd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘vergoelijken’ voor het eerst aangetroffen in 1480
Woordfamilie van verbloemen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verbloem | gebiedende wijs | verbloemen |
| verbloemden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verbloemen |
| verbloeme | aanvoegende wijs | verbloemen |
| verbloemend | onvoltooid deelwoord | verbloemen |
| verbloemende | woordvorm | verbloemen |
| verbloemt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verbloemen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbloemen zijn vastgelegd.