verankeren
werkwoordBetekenis
- met ankers vastleggen
- stevig bevestigen
Vervoeging van verankeren
verankerenhele werkwoord — verankerdeverleden tijd enkelvoud — verankerdenverleden tijd meervoud — verankerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | veranker | verankerde |
| jij | verankert | verankerde |
| hij, zij, het | verankert | verankerde |
| wij | verankeren | verankerden |
| jullie | verankeren | verankerden |
| zij | verankeren | verankerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verankerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verankerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verankerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verankerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verankerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verankerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verankerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verankerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verankerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verankerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verankerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verankerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verankerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verankerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verankerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verankerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verankerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verankeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verankeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veranker | gebiedende wijs |
| verankerd | verleden tijd, deelwoord |
| verankerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verankerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verankerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verankerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verankerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verankerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verankerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verankerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verankerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verankerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verankerde | verleden tijd |
| verankere | aanvoegende wijs |
| verankerend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verankerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verankerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verankerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verankerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verankerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verankerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verankerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verankerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verankerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verankerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verankerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verankerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verankerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verankerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verankerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verankerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verankerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verankerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verankerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verankerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verankerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verankerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verankerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verankerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verankerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verankerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verankerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verankerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verankerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verankerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verankerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verankerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verankerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verankerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verankerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verankerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verankerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verankerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verankerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verankerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verankerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verankerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verankerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verankerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verankerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verankerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verankeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verankerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verankerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verankerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verankeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van anker met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verankeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| veranker | gebiedende wijs | verankeren |
| verankerd | voltooid deelwoord | verankeren |
| verankerde | verleden tijd | verankeren |
| verankerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verankeren |
| verankere | aanvoegende wijs | verankeren |
| verankerend | onvoltooid deelwoord | verankeren |
| verankerende | woordvorm | verankeren |
| verankert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verankeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verankeren zijn vastgelegd.