Naar de inhoud

verafschuwen

afschuw hebben voor iets

verafschuwen

werkwoord vərˈɑfsxywə(n)

Betekenis

  1. afschuw hebben voor iets

Hoe spreek je verafschuwen uit?

/vərˈɑfsxywən/

Verafschuwen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈɑfsxywən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
ɑ bad
f fiets
s sok
x acht
y fuut
w quiz
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verafschuwen

verafschuwenhele werkwoord — verafschuwdeverleden tijd enkelvoud — verafschuwdenverleden tijd meervoud — verafschuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verafschuw verafschuwde
jij verafschuwt verafschuwde
hij, zij, het verafschuwt verafschuwde
wij verafschuwen verafschuwden
jullie verafschuwen verafschuwden
zij verafschuwen verafschuwden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verafschuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verafschuwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verafschuwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verafschuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verafschuwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verafschuwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verafschuwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verafschuwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verafschuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verafschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verafschuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verafschuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verafschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verafschuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verafschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verafschuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verafschuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verafschuwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verafschuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verafschuw gebiedende wijs
verafschuwd verleden tijd, deelwoord
verafschuwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verafschuwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verafschuwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verafschuwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verafschuwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verafschuwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verafschuwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verafschuwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verafschuwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verafschuwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verafschuwde verleden tijd
verafschuwe aanvoegende wijs
verafschuwend onvoltooid, deelwoord
waart verafschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verafschuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verafschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verafschuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verafschuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verafschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verafschuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verafschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verafschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verafschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verafschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verafschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verafschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verafschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verafschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verafschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verafschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verafschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verafschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verafschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verafschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verafschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verafschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verafschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verafschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verafschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verafschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verafschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verafschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verafschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verafschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verafschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verafschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verafschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verafschuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verafschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verafschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verafschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verafschuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van afschuw met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verafschuwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verafschuw gebiedende wijs verafschuwen
verafschuwd voltooid deelwoord verafschuwen
verafschuwde verleden tijd verafschuwen
verafschuwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verafschuwen
verafschuwe aanvoegende wijs verafschuwen
verafschuwend onvoltooid deelwoord verafschuwen
verafschuwende woordvorm verafschuwen
verafschuwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verafschuwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verafschuwen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verafschuwen

Hoe spreek ik verafschuwen uit?
Zo spreek je verafschuwen uit: /vərˈɑfsxywə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verafschuwen?
Verafschuwen is een werkwoord. De betekenis is: afschuw hebben voor iets.
Hoe vervoeg ik verafschuwen?
Zo vervoeg je verafschuwen zo: de tegenwoordige tijd is verafschuw, de verleden tijd is verafschuwde en het voltooid deelwoord is verafschuwd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verafschuwen is 34 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. A 1
  5. F 4
  6. S 2
  7. C 5
  8. H 4
  9. U 4
  10. W 5
  11. E 1
  12. N 1
  13. 34 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verafschuwen levert met Wordfeud minimaal 32 en maximaal 126 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. A 1
  5. F 4
  6. S 2
  7. C 5
  8. H 4
  9. U 2
  10. W 5
  11. E 1
  12. N 1
  13. 32 zonder bonus
  14. 126 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verafschuwen in het kort

verafschuwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verafschuwen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verafschuwen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verafschuwen: afschuw hebben voor iets
Deel verafschuwen — standaardnederlands.nl