veger
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- toestel om mee te vegen
- iemand die veegt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vegers | meervoud |
| vegertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vegertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van veeg
Herkomst
Naamwoord van handeling van vegen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van veger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vegertje | verkleinwoord | veger |
| vegertjes | verkleinwoord meervoud | veger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veger zijn vastgelegd.