vastpinnen
werkwoord ˈvɑs(t)pɪnə(n)Betekenis
- met een pen vastzetten
- binden aan een gebleken opvatting of toezegging
Hoe spreek je vastpinnen uit?
/ˈvɑstpɪnən/
Vastpinnen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| p | pak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vastpinnen
vastpinnenhele werkwoord — pinde vastverleden tijd enkelvoud — pinden vastverleden tijd meervoud — vastgepindvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pin vast | pinde vast |
| jij | pint vast | pinde vast |
| hij, zij, het | pint vast | pinde vast |
| wij | pinnen vast | pinden vast |
| jullie | pinnen vast | pinden vast |
| zij | pinnen vast | pinden vast |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vastgepind | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vastgepind | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vastgepind | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vastgepind | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vastgepind worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vastgepind zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vastgepind worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vastgepind zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vastgepind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vastgepind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vastgepind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vastgepind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vastgepind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vastgepind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vastgepind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vastgepind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pin vast | gebiedende wijs |
| pinde vast | verleden tijd |
| te hebben vastgepind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vastpinnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vast te pinnen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vast te zullen pinnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vast zal pinnen | bijzin, toekomende tijd |
| vast zou pinnen | bijzin, voorwaardelijk |
| vast zouden pinnen | bijzin, voorwaardelijk |
| vast zoudt pinnen | bijzin, voorwaardelijk |
| vast zullen pinnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vast zullen pinnen | bijzin, toekomende tijd |
| vast zult pinnen | bijzin, toekomende tijd |
| vastgepind | verleden tijd, deelwoord |
| vastgepind te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vastgepind te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vastgepind te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vastgepind te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vastgepind te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vastgepind worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vastgepind zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vastgepind zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vastgepind zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vastgepind zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vastpin | bijzin, tegenwoordige tijd |
| vastpinde | bijzin, verleden tijd |
| vastpinden | bijzin, verleden tijd |
| vastpinnend | onvoltooid, deelwoord |
| vastpint | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart vastgepind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vastgepind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vastgepind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vastgepind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vastgepind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vastgepind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vastgepind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vastgepind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vastgepind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vastgepind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vastgepind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vastgepind zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vastgepind zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vastpinnen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vastgepind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vastgepind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vastgepind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vastgepind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vastgepind zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vastgepind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vastgepind zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vastpinnen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) vastpinnen vast zou(dt) pinnen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden vastgepind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vastgepind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vastgepind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vastgepind zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vastgepind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vastgepind zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vastpinnen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt vastgepind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vastgepind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vastpinnen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen vastgepind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vastgepind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vastgepind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vastgepind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vastgepind zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vastgepind zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vastgepind zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vastpinnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vastpinnen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vastpinnen | bijzin, toekomende tijd |
| zult vastgepind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van vast bw en pinnen ww
Woordfamilie van vastpinnen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pin vast | gebiedende wijs | vastpinnen |
| pinde vast | verleden tijd | vastpinnen |
| pinden vast | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vastpinnen |
| pinne vast | woordvorm | vastpinnen |
| pinnen vast | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | vastpinnen |
| pint vast | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vastpinnen |
| vastgepind | voltooid deelwoord | vastpinnen |
| vastgepinde | woordvorm | vastpinnen |
| vastpin | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | vastpinnen |
| vastpinde | subordinate-clause, verleden tijd | vastpinnen |
| vastpinden | subordinate-clause, verleden tijd | vastpinnen |
| vastpinne | with-subordinate-clause | vastpinnen |
| vastpinnend | onvoltooid deelwoord | vastpinnen |
| vastpinnende | woordvorm | vastpinnen |
| vastpint | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | vastpinnen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vastpinnen zijn vastgelegd.