Naar de inhoud

vaporiseren

verstuiven

vaporiseren

werkwoord

Betekenis

  1. verstuiven

Vervoeging van vaporiseren

vaporiserenhele werkwoord — vaporiseerdeverleden tijd enkelvoud — vaporiseerdenverleden tijd meervoud — gevaporiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vaporiseer vaporiseerde
jij vaporiseert vaporiseerde
hij, zij, het vaporiseert vaporiseerde
wij vaporiseren vaporiseerden
jullie vaporiseren vaporiseerden
zij vaporiseren vaporiseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gevaporiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevaporiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevaporiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevaporiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevaporiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevaporiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevaporiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevaporiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevaporiseerd verleden tijd, deelwoord
gevaporiseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevaporiseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevaporiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevaporiseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevaporiseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevaporiseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevaporiseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevaporiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevaporiseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevaporiseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevaporiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevaporiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vaporiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vaporiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vaporiseer gebiedende wijs
vaporiseerde verleden tijd
vaporisere aanvoegende wijs
vaporiserend onvoltooid, deelwoord
waart gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gevaporiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gevaporiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gevaporiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevaporiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevaporiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gevaporiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevaporiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gevaporiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gevaporiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevaporiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevaporiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevaporiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevaporiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevaporiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevaporiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevaporiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevaporiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevaporiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevaporiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevaporiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevaporiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevaporiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevaporiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevaporiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevaporiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevaporiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevaporiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevaporiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vaporiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevaporiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevaporiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevaporiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vaporiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Naamwoord van handeling van het Franse vaporiser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van vaporiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gevaporiseerd voltooid deelwoord vaporiseren
gevaporiseerde woordvorm vaporiseren
vaporiseer gebiedende wijs vaporiseren
vaporiseerde verleden tijd vaporiseren
vaporiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vaporiseren
vaporiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vaporiseren
vaporisere aanvoegende wijs vaporiseren
vaporiserend onvoltooid deelwoord vaporiseren
vaporiserende woordvorm vaporiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vaporiseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vaporiseren

Wat betekent vaporiseren?
Vaporiseren is een werkwoord. Het woord betekent: verstuiven.
Hoe vervoeg je vaporiseren?
Je vervoegt vaporiseren als volgt: de tegenwoordige tijd is vaporiseer, de verleden tijd is vaporiseerde en het voltooid deelwoord is gevaporiseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vaporiseren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. A 1
  3. P 3
  4. O 1
  5. R 2
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vaporiseren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. A 1
  3. P 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vaporiseren in het kort

vaporiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vaporiseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vaporiseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vaporiseren: verstuiven
Deel vaporiseren — standaardnederlands.nl