upgraden
werkwoord ˈʏpɡredə(n)Betekenis
- verbeteren
Hoe spreek je upgraden uit?
/ˈʏpgredən/
Upgraden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʏ | put |
| p | pak |
| g | goal |
| r | rood |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- ineens op een hoger peil brengen transitive
Vervoeging van upgraden
upgradenhele werkwoord — upgradedeverleden tijd enkelvoud — upgradedenverleden tijd meervoud — geüpgradedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | upgrade | upgradede |
| jij | upgradet | upgradede |
| hij, zij, het | upgradet | upgradede |
| wij | upgraden | upgradeden |
| jullie | upgraden | upgradeden |
| zij | upgraden | upgradeden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geüpgraded | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geüpgraded | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geüpgraded | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geüpgraded | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geüpgraded worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geüpgraded zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geüpgraded worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geüpgraded zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geüpgraded | verleden tijd, deelwoord |
| geüpgraded te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geüpgraded te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geüpgraded te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geüpgraded te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geüpgraded te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geüpgraded worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geüpgraded zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geüpgraded zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geüpgraded zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geüpgraded zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geüpgraded | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geüpgraded | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geüpgraded | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geüpgraded | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geüpgraded | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geüpgraded | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geüpgraded | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geüpgraded | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geüpgraded | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te upgraden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen upgraden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| upgrade | gebiedende wijs |
| upgrade | aanvoegende wijs |
| upgradede | verleden tijd |
| upgradend | onvoltooid, deelwoord |
| waart geüpgraded | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geüpgraded | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geüpgraded | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geüpgraded | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geüpgraded | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geüpgraded | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geüpgraded | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geüpgraded | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geüpgraded hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geüpgraded hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geüpgraded hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geüpgraded zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geüpgraded zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geüpgraded | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geüpgraded hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geüpgraded hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geüpgraded hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geüpgraded zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geüpgraded zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geüpgraded zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geüpgraded hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geüpgraded hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geüpgraded hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geüpgraded zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geüpgraded zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geüpgraded zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geüpgraded hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geüpgraded zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geüpgraded hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geüpgraded hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geüpgraded hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geüpgraded zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geüpgraded zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geüpgraded zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen upgraden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geüpgraded hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geüpgraded worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geüpgraded zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult upgraden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Engels upgrade ww , in de betekenis van ‘op een hoger peil brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1989
Woordfamilie van upgraden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geüpgraded | voltooid deelwoord | upgraden |
| geüpgradede | woordvorm | upgraden |
| upgradede | verleden tijd | upgraden |
| upgradeden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | upgraden |
| upgradend | onvoltooid deelwoord | upgraden |
| upgradende | woordvorm | upgraden |
| upgradet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | upgraden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van upgraden zijn vastgelegd.