Naar de inhoud

uitwringen

met een wringende beweging vocht uit een lap uitknijpen

uitwringen

werkwoord

Betekenis

  1. met een wringende beweging vocht uit een lap uitknijpen

Vervoeging van uitwringen

uitwringenhele werkwoord — wrong uitverleden tijd enkelvoud — wrongen uitverleden tijd meervoud — uitgewrongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wring uit wrong uit
jij wringt uit wrong uit
hij, zij, het wringt uit wrong uit
wij wringen uit wrongen uit
jullie wringen uit wrongen uit
zij wringen uit wrongen uit
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgewrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgewrongen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgewrongen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgewrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgewrongen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgewrongen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgewrongen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgewrongen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgewrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgewrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgewrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgewrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgewrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgewrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgewrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgewrongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgewrongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitwringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te wringen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen wringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal wringen bijzin, toekomende tijd
uit zou wringen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden wringen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt wringen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen wringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen wringen bijzin, toekomende tijd
uit zult wringen bijzin, toekomende tijd
uitgewrongen verleden tijd, deelwoord
uitgewrongen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgewrongen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgewrongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewrongen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewrongen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewrongen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgewrongen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgewrongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgewrongen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgewrongen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitwring bijzin, tegenwoordige tijd
uitwringend onvoltooid, deelwoord
uitwringt bijzin, tegenwoordige tijd
uitwrong bijzin, verleden tijd
uitwrongen bijzin, verleden tijd
uitwrongt bijzin, verleden tijd
waart uitgewrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgewrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgewrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgewrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgewrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgewrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgewrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgewrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
wring uit gebiedende wijs
wrong uit verleden tijd
zal uitgewrongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewrongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgewrongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgewrongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewrongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitwringen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgewrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgewrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitwringen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitwringen uit zou(dt) wringen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgewrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgewrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgewrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgewrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgewrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgewrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitwringen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgewrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgewrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitwringen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgewrongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgewrongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgewrongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgewrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgewrongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgewrongen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgewrongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitwringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitwringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitwringen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van uit bw en wringen ww

Woordfamilie van uitwringen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitgewrongen voltooid deelwoord uitwringen
uitwring subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitwringen
uitwringe with-subordinate-clause uitwringen
uitwringend onvoltooid deelwoord uitwringen
uitwringende woordvorm uitwringen
uitwringt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitwringen
uitwrong subordinate-clause, verleden tijd uitwringen
uitwrongen subordinate-clause, verleden tijd uitwringen
wring uit gebiedende wijs uitwringen
wringe uit woordvorm uitwringen
wringen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitwringen
wringt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitwringen
wrong uit verleden tijd uitwringen
wrongen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitwringen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitwringen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitwringen

Wat betekent uitwringen?
Uitwringen is een werkwoord. Het woord betekent: met een wringende beweging vocht uit een lap uitknijpen.
Hoe vervoeg je uitwringen?
Je vervoegt uitwringen als volgt: het voltooid deelwoord is uitgewrongen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitwringen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. W 5
  5. R 2
  6. I 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitwringen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. W 5
  5. R 2
  6. I 2
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitwringen in het kort

uitwringen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uitwringen zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitwringen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitwringen: met een wringende beweging vocht uit een lap uitknijpen
Deel uitwringen — standaardnederlands.nl