Naar de inhoud

uitwerpen

met kracht naar buiten brengen

uitwerpen

werkwoord

Betekenis

  1. met kracht naar buiten brengen
  2. overboord gooien
  3. met een worp buiten de grenzen van het speelveld brengen

Vervoeging van uitwerpen

uitwerpenhele werkwoord — wierp uitverleden tijd enkelvoud — wierpen uitverleden tijd meervoud — uitgeworpenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik werp uit wierp uit
jij werpt uit wierp uit
hij, zij, het werpt uit wierp uit
wij werpen uit wierpen uit
jullie werpen uit wierpen uit
zij werpen uit wierpen uit
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is uitgeworpen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgeworpen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgeworpen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgeworpen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgeworpen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgeworpen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgeworpen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgeworpen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgeworpen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgeworpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgeworpen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgeworpen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgeworpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgeworpen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgeworpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgeworpen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgeworpen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgeworpen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgeworpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgeworpen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgeworpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgeworpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgeworpen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgeworpen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitwerpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te werpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen werpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal werpen bijzin, toekomende tijd
uit zou werpen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden werpen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt werpen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen werpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen werpen bijzin, toekomende tijd
uit zult werpen bijzin, toekomende tijd
uitgeworpen verleden tijd, deelwoord
uitgeworpen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgeworpen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitwerp bijzin, tegenwoordige tijd
uitwerpend onvoltooid, deelwoord
uitwerpt bijzin, tegenwoordige tijd
uitwierp bijzin, verleden tijd
uitwierpen bijzin, verleden tijd
werp uit gebiedende wijs
wierp uit verleden tijd
zal uitgeworpen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgeworpen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgeworpen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitwerpen bijzin, toekomende tijd
zou uitgeworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgeworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgeworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitwerpen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitwerpen uit zou(dt) werpen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgeworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgeworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgeworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitwerpen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgeworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitwerpen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgeworpen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgeworpen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgeworpen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitwerpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitwerpen bijzin, toekomende tijd
zult uitgeworpen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitwerpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uitwerpen bijzin, toekomende tijd
zult/zal uitwerpen uit zult/zal werpen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van uit bw en werpen ww

Woordfamilie van uitwerpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitgeworpen voltooid deelwoord uitwerpen
uitwerp subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitwerpen
uitwerpe with-subordinate-clause uitwerpen
uitwerpend onvoltooid deelwoord uitwerpen
uitwerpende woordvorm uitwerpen
uitwerpt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitwerpen
uitwierp subordinate-clause, verleden tijd uitwerpen
uitwierpen subordinate-clause, verleden tijd uitwerpen
werp uit gebiedende wijs uitwerpen
werpe uit woordvorm uitwerpen
werpen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitwerpen
werpt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitwerpen
wierp uit verleden tijd uitwerpen
wierpen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitwerpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitwerpen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitwerpen

Wat is de betekenis van uitwerpen?
Uitwerpen is een werkwoord. De betekenis is: met kracht naar buiten brengen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitwerpen?
Zo vervoeg je uitwerpen zo: het voltooid deelwoord is uitgeworpen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitwerpen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitwerpen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitwerpen in het kort

uitwerpen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitwerpen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitwerpen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitwerpen: met kracht naar buiten brengen
Deel uitwerpen — standaardnederlands.nl