uitstoot
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- afvalstoffen van een fabriek die worden uitgestoten
- aantal werknemers dat ontslagen wordt, aantal vrijgekomen vacatures dat in een bedrijf niet meer opgevuld wordt, arbeidsuitstoot
zelfstandig naamwoord — masculine
- het brengen van (schadelijke) stoffen in het milieu
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitstootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitstootjes | verkleinwoord, meervoud |
| uitstoten | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitstoten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitstoten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitstoten
Vervoeging van uitstoot
uitstoothele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit en stoot ww
Woordfamilie van uitstoot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitstootje | verkleinwoord | uitstoot |
| uitstootjes | verkleinwoord meervoud | uitstoot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitstoot zijn vastgelegd.