uitstek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een uitstekend deel van een gebouw, met name een kamertje achter de woning
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitstekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitstekjes | verkleinwoord, meervoud |
| uitstekken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van uit en stek
Woordfamilie van uitstek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitstekje | verkleinwoord | uitstek |
| uitstekjes | verkleinwoord meervoud | uitstek |
| uitstekken | meervoud | uitstek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitstek zijn vastgelegd.