uitsteeksel
zelfstandig naamwoord /'œytsteksəl/Betekenis
- iets wat uitsteekt ten opzichte van zijn omgeving
Hoe spreek je uitsteeksel uit?
/ˈœytsteksəl/
Uitsteeksel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitsteeksels | meervoud |
| uitsteekseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitsteekseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van uitsteken met het achtervoegsel -sel
Woordfamilie van uitsteeksel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitsteeksels | meervoud | uitsteeksel |
| uitsteekseltje | verkleinwoord | uitsteeksel |
| uitsteekseltjes | verkleinwoord meervoud | uitsteeksel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitsteeksel zijn vastgelegd.