Naar de inhoud

uitstappen

uit een voertuig stappen

uitstappen is meer dan één woord

uitstappen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈœytstɑpə(n)

Betekenis

  1. uit een voertuig stappen
  2. zich uit een verband terugtrekken

Hoe spreek je uitstappen uit?

/ˈœytstɑpən/

Uitstappen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœytstɑpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
t tak
s sok
ɑ bad
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van uitstappen

uitstappenhele werkwoord — stapte uitverleden tijd enkelvoud — stapten uitverleden tijd meervoud — uitgestaptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stap uit stapte uit
jij stapt uit stapte uit
hij, zij, het stapt uit stapte uit
wij stappen uit stapten uit
jullie stappen uit stapten uit
zij stappen uit stapten uit
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben uitgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is uitgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stap uit gebiedende wijs
stapte uit verleden tijd
te zijn uitgestapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitstappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te stappen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen stappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal stappen bijzin, toekomende tijd
uit zou stappen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden stappen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt stappen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen stappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen stappen bijzin, toekomende tijd
uit zult stappen bijzin, toekomende tijd
uitgestapt verleden tijd, deelwoord
uitgestapt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgestapt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitstap bijzin, tegenwoordige tijd
uitstappend onvoltooid, deelwoord
uitstapt bijzin, tegenwoordige tijd
uitstapte bijzin, verleden tijd
uitstapten bijzin, verleden tijd
waart uitgestapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgestapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgestapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgestapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgestapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgestapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgestapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal uitgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitstappen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgestapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn uitgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitstappen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitstappen uit zou(dt) stappen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitstappen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitstappen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitstappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitstappen bijzin, toekomende tijd
zult uitgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uitstappen bijzin, toekomende tijd
zult/zal uitstappen uit zult/zal stappen bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord uitstap

Herkomst

samenstelling van uit bw en stappen ww

Woordfamilie van uitstappen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stap uit gebiedende wijs uitstappen
stappe uit woordvorm uitstappen
stappen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitstappen
stapt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitstappen
stapte uit verleden tijd uitstappen
stapten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitstappen
uitgestapt voltooid deelwoord uitstappen
uitgestapte woordvorm uitstappen
uitstappe with-subordinate-clause uitstappen
uitstappend onvoltooid deelwoord uitstappen
uitstappende woordvorm uitstappen
uitstapt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitstappen
uitstapte subordinate-clause, verleden tijd uitstappen
uitstapten subordinate-clause, verleden tijd uitstappen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitstappen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitstappen

Hoe spreek je uitstappen uit?
De uitspraak van uitstappen is: /ˈœytstɑpə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent uitstappen?
Uitstappen is een werkwoord. Het woord betekent: uit een voertuig stappen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uitstappen?
Je vervoegt uitstappen als volgt: het voltooid deelwoord is uitgestapt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitstappen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. A 1
  7. P 3
  8. P 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitstappen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. A 1
  7. P 4
  8. P 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitstappen in het kort

uitstappen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uitstappen zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitstappen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitstappen: uit een voertuig stappen
Deel uitstappen — standaardnederlands.nl