Naar de inhoud

uitspuiten

door met kracht te spuiten iets schoonmaken of deblokkeren

uitspuiten

werkwoord

Betekenis

  1. door met kracht te spuiten iets schoonmaken of deblokkeren
  2. een vloeistof wijd verspreid lozen
  3. spuitend naar buiten treden
  4. tweede betekenisomschrijving
  5. enz.

Vervoeging van uitspuiten

uitspuitenhele werkwoord — spoot uitverleden tijd enkelvoud — spoten uitverleden tijd meervoud — uitgespotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spuit uit spoot uit
jij spuit uit spoot uit
hij, zij, het spuit uit spoot uit
wij spuiten uit spoten uit
jullie spuiten uit spoten uit
zij spuiten uit spoten uit
Alle 117 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben uitgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgespoten impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was uitgespoten impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd uitgespoten impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt uitgespoten impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal uitgespoten worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal uitgespoten zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou uitgespoten worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou uitgespoten zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben uitgespoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is uitgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spoot uit verleden tijd
spuit uit gebiedende wijs
te hebben/zijn uitgespoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitspuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te spuiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen spuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal spuiten bijzin, toekomende tijd
uit zou spuiten bijzin, voorwaardelijk
uit zouden spuiten bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt spuiten bijzin, voorwaardelijk
uit zullen spuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen spuiten bijzin, toekomende tijd
uit zult spuiten bijzin, toekomende tijd
uitgespoten verleden tijd, deelwoord
uitgespoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgespoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgespoten te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgespoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgespoten zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgespoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgespoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitspoot bijzin, verleden tijd
uitspoten bijzin, verleden tijd
uitspuit bijzin, tegenwoordige tijd
uitspuitend onvoltooid, deelwoord
waart uitgespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgespoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgespoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitspuiten bijzin, toekomende tijd
zijn uitgespoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn uitgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitspuiten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitspuiten uit zou(dt) spuiten bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitspuiten bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitspuiten bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgespoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgespoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgespoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitspuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitspuiten bijzin, toekomende tijd
zult uitgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitgespoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uitspuiten bijzin, toekomende tijd
zult/zal uitspuiten uit zult/zal spuiten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van uit bw en spuiten ww

Woordfamilie van uitspuiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
spoot uit verleden tijd uitspuiten
spoten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitspuiten
spuit uit gebiedende wijs uitspuiten
spuite uit woordvorm uitspuiten
spuiten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitspuiten
uitgespoten voltooid deelwoord uitspuiten
uitspoot subordinate-clause, verleden tijd uitspuiten
uitspoten subordinate-clause, verleden tijd uitspuiten
uitspuit subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitspuiten
uitspuite with-subordinate-clause uitspuiten
uitspuitend onvoltooid deelwoord uitspuiten
uitspuitende woordvorm uitspuiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitspuiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitspuiten

Wat betekent uitspuiten?
Uitspuiten is een werkwoord. Het woord betekent: door met kracht te spuiten iets schoonmaken of deblokkeren. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uitspuiten?
Je vervoegt uitspuiten als volgt: het voltooid deelwoord is uitgespoten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitspuiten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. P 3
  6. U 4
  7. I 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitspuiten levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. S 2
  5. P 4
  6. U 2
  7. I 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitspuiten in het kort

uitspuiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uitspuiten zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitspuiten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitspuiten: door met kracht te spuiten iets schoonmaken of deblokkeren
Deel uitspuiten — standaardnederlands.nl