Naar de inhoud

uitspitten

door te spitten eruit halen

uitspitten

werkwoord

Betekenis

  1. door te spitten eruit halen
  2. zeer gedetailleerd onderzoeken

Vervoeging van uitspitten

uitspittenhele werkwoord — spitte uitverleden tijd enkelvoud — spitten uitverleden tijd meervoud — uitgespitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spit uit spitte uit
jij spit uit spitte uit
hij, zij, het spit uit spitte uit
wij spitten uit spitten uit
jullie spitten uit spitten uit
zij spitten uit spitten uit
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgespit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgespit impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgespit impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgespit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgespit worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgespit zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgespit worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgespit zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgespit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spit uit gebiedende wijs
spitte uit verleden tijd
te hebben uitgespit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitspitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te spitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen spitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal spitten bijzin, toekomende tijd
uit zou spitten bijzin, voorwaardelijk
uit zouden spitten bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt spitten bijzin, voorwaardelijk
uit zullen spitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen spitten bijzin, toekomende tijd
uit zult spitten bijzin, toekomende tijd
uitgespit verleden tijd, deelwoord
uitgespit te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgespit te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgespit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespit te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespit te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespit worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgespit zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgespit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgespit zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgespit zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitspit bijzin, tegenwoordige tijd
uitspitte bijzin, verleden tijd
uitspittend onvoltooid, deelwoord
waart uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitspitten bijzin, toekomende tijd
zijn uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitspitten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitspitten uit zou(dt) spitten bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitspitten bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitspitten bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitspitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitspitten bijzin, toekomende tijd
zult uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van uitspitten

Vervoeging van uitspitten

uitspittenhele werkwoord — spitte uitverleden tijd enkelvoud — spitten uitverleden tijd meervoud — uitgespitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spit uit spitte uit
jij spit uit spitte uit
hij, zij, het spit uit spitte uit
wij spitten uit spitten uit
jullie spitten uit spitten uit
zij spitten uit spitten uit
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgespit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgespit impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgespit impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgespit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgespit worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgespit zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgespit worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgespit zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgespit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spit uit gebiedende wijs
spitte uit verleden tijd
te hebben uitgespit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitspitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te spitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen spitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal spitten bijzin, toekomende tijd
uit zou spitten bijzin, voorwaardelijk
uit zouden spitten bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt spitten bijzin, voorwaardelijk
uit zullen spitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen spitten bijzin, toekomende tijd
uit zult spitten bijzin, toekomende tijd
uitgespit verleden tijd, deelwoord
uitgespit te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgespit te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgespit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespit te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespit te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespit worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgespit zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgespit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgespit zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgespit zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitspit bijzin, tegenwoordige tijd
uitspitte bijzin, verleden tijd
uitspittend onvoltooid, deelwoord
waart uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitspitten bijzin, toekomende tijd
zijn uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitspitten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitspitten uit zou(dt) spitten bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitspitten bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitspitten bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitspitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitspitten bijzin, toekomende tijd
zult uitgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitgespit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit en spitten

Woordfamilie van uitspitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
spit uit gebiedende wijs uitspitten
spitte uit verleden tijd uitspitten
spitten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitspitten
uitgespit voltooid deelwoord uitspitten
uitgespitte woordvorm uitspitten
uitspit subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitspitten
uitspitte subordinate-clause, verleden tijd uitspitten
uitspittend onvoltooid deelwoord uitspitten
uitspittende woordvorm uitspitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitspitten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitspitten

Wat is de betekenis van uitspitten?
Uitspitten is een werkwoord. De betekenis is: door te spitten eruit halen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitspitten?
Zo vervoeg je uitspitten zo: het voltooid deelwoord is uitgespit. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitspitten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. P 3
  6. I 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitspitten levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. S 2
  5. P 4
  6. I 2
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitspitten in het kort

uitspitten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitspitten staan er 84 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitspitten bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitspitten: door te spitten eruit halen
Deel uitspitten — standaardnederlands.nl