uitschakelen
werkwoord ˈœytsxakələ(n)Betekenis
- buiten competitie stellen
- deactiveren
- onschadelijk maken
Hoe spreek je uitschakelen uit?
/ˈœytsxakələn/
Uitschakelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van uitschakelen
uitschakelenhele werkwoord — schakelde uitverleden tijd enkelvoud — schakelden uitverleden tijd meervoud — uitgeschakeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schakel uit | schakelde uit |
| jij | schakelt uit | schakelde uit |
| hij, zij, het | schakelt uit | schakelde uit |
| wij | schakelen uit | schakelden uit |
| jullie | schakelen uit | schakelden uit |
| zij | schakelen uit | schakelden uit |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is uitgeschakeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was uitgeschakeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd uitgeschakeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt uitgeschakeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal uitgeschakeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal uitgeschakeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou uitgeschakeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou uitgeschakeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgeschakeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schakel uit | gebiedende wijs |
| schakelde uit | verleden tijd |
| te hebben uitgeschakeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen uitschakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit te schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uit te zullen schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit zal schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zou schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zouden schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zoudt schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zullen schakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uit zullen schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zult schakelen | bijzin, toekomende tijd |
| uitgeschakeld | verleden tijd, deelwoord |
| uitgeschakeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgeschakeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgeschakeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgeschakeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgeschakeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgeschakeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgeschakeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgeschakeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgeschakeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgeschakeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitschakel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitschakelde | bijzin, verleden tijd |
| uitschakelden | bijzin, verleden tijd |
| uitschakelend | onvoltooid, deelwoord |
| uitschakelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was uitgeschakeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt uitgeschakeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal uitgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal uitgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal uitgeschakeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgeschakeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal uitschakelen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt uitgeschakeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou uitgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgeschakeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgeschakeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgeschakeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou uitschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) uitschakelen uit zou(dt) schakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgeschakeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgeschakeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgeschakeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden uitschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt uitgeschakeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgeschakeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt uitschakelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen uitgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitgeschakeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgeschakeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgeschakeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgeschakeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitschakelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitschakelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen uitschakelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult uitgeschakeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van uit bw en schakelen ww
Woordfamilie van uitschakelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schakel uit | gebiedende wijs | uitschakelen |
| schakelde uit | verleden tijd | uitschakelen |
| schakelden uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | uitschakelen |
| schakele uit | woordvorm | uitschakelen |
| schakelen uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | uitschakelen |
| schakelt uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | uitschakelen |
| uitgeschakeld | voltooid deelwoord | uitschakelen |
| uitgeschakelde | woordvorm | uitschakelen |
| uitschakel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitschakelen |
| uitschakelde | subordinate-clause, verleden tijd | uitschakelen |
| uitschakelden | subordinate-clause, verleden tijd | uitschakelen |
| uitschakele | with-subordinate-clause | uitschakelen |
| uitschakelend | onvoltooid deelwoord | uitschakelen |
| uitschakelende | woordvorm | uitschakelen |
| uitschakelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitschakelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitschakelen zijn vastgelegd.