uitruil
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het ruilen van iets wat men eigenlijk niet wenst kwijt te raken voor iets dat men nog liever wil hebben
- bij verzekeringen dat men kan kiezen voor een eerder ingaand pensioen met een lagere uitkering of een later ingaand pensioen met een hogere uitkering of een deel kan omzetten in een partner pensioen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitruilen
Vervoeging van uitruil
uitruilhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit en ruil zn