Naar de inhoud

uitpraten

niets meer te vertellen hebben

uitpraten

werkwoord

Betekenis

  1. niets meer te vertellen hebben
  2. zonder onderbreking een verhaal afmaken
  3. iets bespreken tot er een conclusie getrokken wordt

Vervoeging van uitpraten

uitpratenhele werkwoord — praatte uitverleden tijd enkelvoud — praatten uitverleden tijd meervoud — uitgepraatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik praat uit praatte uit
jij praat uit praatte uit
hij, zij, het praat uit praatte uit
wij praten uit praatten uit
jullie praten uit praatten uit
zij praten uit praatten uit
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgepraat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgepraat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgepraat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgepraat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgepraat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgepraat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgepraat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgepraat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgepraat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgepraat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgepraat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgepraat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgepraat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgepraat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgepraat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgepraat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
praat uit gebiedende wijs
praatte uit verleden tijd
te hebben uitgepraat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitpraten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te praten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen praten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal praten bijzin, toekomende tijd
uit zou praten bijzin, voorwaardelijk
uit zouden praten bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt praten bijzin, voorwaardelijk
uit zullen praten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen praten bijzin, toekomende tijd
uit zult praten bijzin, toekomende tijd
uitgepraat verleden tijd, deelwoord
uitgepraat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgepraat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgepraat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgepraat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgepraat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgepraat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgepraat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgepraat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgepraat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgepraat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitpraat bijzin, tegenwoordige tijd
uitpraatte bijzin, verleden tijd
uitpraatten bijzin, verleden tijd
uitpratend onvoltooid, deelwoord
waart uitgepraat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgepraat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgepraat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgepraat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgepraat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgepraat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgepraat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgepraat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgepraat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgepraat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgepraat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgepraat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgepraat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitpraten bijzin, toekomende tijd
zijn uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgepraat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgepraat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgepraat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgepraat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitpraten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitpraten uit zou(dt) praten bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgepraat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgepraat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgepraat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitpraten bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgepraat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgepraat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitpraten bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgepraat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgepraat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgepraat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgepraat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgepraat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgepraat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitpraten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitpraten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitpraten bijzin, toekomende tijd
zult uitgepraat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitgepraat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en praten ww

Woordfamilie van uitpraten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
praat uit gebiedende wijs uitpraten
praatte uit verleden tijd uitpraten
praatten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitpraten
prate uit woordvorm uitpraten
praten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitpraten
uitgepraat voltooid deelwoord uitpraten
uitgeprate woordvorm uitpraten
uitpraat subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitpraten
uitpraatte subordinate-clause, verleden tijd uitpraten
uitpraatten subordinate-clause, verleden tijd uitpraten
uitprate with-subordinate-clause uitpraten
uitpratend onvoltooid deelwoord uitpraten
uitpratende woordvorm uitpraten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitpraten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitpraten

Wat is de betekenis van uitpraten?
Uitpraten is een werkwoord. De betekenis is: niets meer te vertellen hebben. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitpraten?
Zo vervoeg je uitpraten zo: het voltooid deelwoord is uitgepraat. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitpraten is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. P 3
  5. R 2
  6. A 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitpraten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. P 4
  5. R 2
  6. A 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitpraten in het kort

uitpraten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitpraten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitpraten bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitpraten: niets meer te vertellen hebben
Deel uitpraten — standaardnederlands.nl