Naar de inhoud

uitponden

(van slachtvee) per pond verkopen.

uitponden

werkwoord

Betekenis

  1. (van slachtvee) per pond verkopen.
  2. (van een huurwoning) bij leegkoming verkopen.

werkwoord

  1. per pond verkopen. transitive
  2. bij leegkoming verkopen. transitive

Vervoeging van uitponden

uitpondenhele werkwoord — pondde uitverleden tijd enkelvoud — pondden uitverleden tijd meervoud — uitgepondvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pond uit pondde uit
jij pondt uit pondde uit
hij, zij, het pondt uit pondde uit
wij ponden uit pondden uit
jullie ponden uit pondden uit
zij ponden uit pondden uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgepond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgepond impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgepond impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgepond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgepond worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgepond zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgepond worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgepond zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgepond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgepond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgepond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgepond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgepond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgepond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgepond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgepond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pond uit gebiedende wijs
pondde uit verleden tijd
te hebben uitgepond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitponden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te ponden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen ponden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal ponden bijzin, toekomende tijd
uit zou ponden bijzin, voorwaardelijk
uit zouden ponden bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt ponden bijzin, voorwaardelijk
uit zullen ponden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen ponden bijzin, toekomende tijd
uit zult ponden bijzin, toekomende tijd
uitgepond verleden tijd, deelwoord
uitgepond te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgepond te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgepond te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgepond te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgepond te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgepond worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgepond zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgepond zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgepond zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgepond zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitpond bijzin, tegenwoordige tijd
uitpondde bijzin, verleden tijd
uitpondden bijzin, verleden tijd
uitpondend onvoltooid, deelwoord
uitpondt bijzin, tegenwoordige tijd
waart uitgepond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgepond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgepond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgepond voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgepond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgepond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgepond voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgepond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgepond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgepond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgepond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgepond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgepond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgepond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgepond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgepond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgepond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgepond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgepond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgepond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgepond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgepond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgepond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgepond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgepond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitponden bijzin, toekomende tijd
zijn uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgepond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgepond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgepond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgepond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgepond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgepond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgepond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitponden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitponden uit zou(dt) ponden bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgepond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgepond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgepond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgepond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgepond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgepond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitponden bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgepond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgepond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitponden bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgepond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgepond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgepond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgepond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgepond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgepond zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgepond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitponden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitponden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitponden bijzin, toekomende tijd
zult uitgepond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstellende afleiding van uit bw en pond zn "gewicht" met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van uitponden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
pond uit gebiedende wijs uitponden
pondde uit verleden tijd uitponden
pondden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitponden
ponde uit woordvorm uitponden
ponden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitponden
pondt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitponden
uitgepond voltooid deelwoord uitponden
uitgeponde woordvorm uitponden
uitpond subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitponden
uitpondde subordinate-clause, verleden tijd uitponden
uitpondden subordinate-clause, verleden tijd uitponden
uitponde with-subordinate-clause uitponden
uitpondend onvoltooid deelwoord uitponden
uitpondende woordvorm uitponden
uitpondt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitponden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitponden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitponden

Wat is de betekenis van uitponden?
Uitponden is een werkwoord. De betekenis is: (van slachtvee) per pond verkopen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitponden?
Zo vervoeg je uitponden zo: het voltooid deelwoord is uitgepond. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitponden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. P 3
  5. O 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitponden levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. P 4
  5. O 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitponden in het kort

uitponden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitponden staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitponden bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitponden: (van slachtvee) per pond verkopen.
Deel uitponden — standaardnederlands.nl