Naar de inhoud

uitkauwen

zolang kauwen tot de laatste substantie eruit is gehaald

uitkauwen

werkwoord

Betekenis

  1. zolang kauwen tot de laatste substantie eruit is gehaald

Vervoeging van uitkauwen

uitkauwenhele werkwoord — kauwde uitverleden tijd enkelvoud — kauwden uitverleden tijd meervoud — uitgekauwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kauw uit kauwde uit
jij kauwt uit kauwde uit
hij, zij, het kauwt uit kauwde uit
wij kauwen uit kauwden uit
jullie kauwen uit kauwden uit
zij kauwen uit kauwden uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgekauwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgekauwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgekauwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgekauwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgekauwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgekauwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgekauwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgekauwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgekauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgekauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgekauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgekauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgekauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgekauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgekauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgekauwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kauw uit gebiedende wijs
kauwde uit verleden tijd
te hebben uitgekauwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitkauwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te kauwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen kauwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal kauwen bijzin, toekomende tijd
uit zou kauwen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden kauwen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt kauwen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen kauwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen kauwen bijzin, toekomende tijd
uit zult kauwen bijzin, toekomende tijd
uitgekauwd verleden tijd, deelwoord
uitgekauwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgekauwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgekauwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgekauwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgekauwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgekauwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgekauwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgekauwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgekauwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgekauwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitkauw bijzin, tegenwoordige tijd
uitkauwde bijzin, verleden tijd
uitkauwden bijzin, verleden tijd
uitkauwend onvoltooid, deelwoord
uitkauwt bijzin, tegenwoordige tijd
waart uitgekauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgekauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgekauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgekauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgekauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgekauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgekauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgekauwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgekauwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgekauwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgekauwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgekauwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgekauwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitkauwen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgekauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgekauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgekauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgekauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgekauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgekauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgekauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitkauwen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitkauwen uit zou(dt) kauwen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgekauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgekauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgekauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgekauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgekauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgekauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitkauwen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgekauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgekauwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitkauwen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgekauwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgekauwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgekauwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgekauwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgekauwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgekauwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgekauwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitkauwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitkauwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitkauwen bijzin, toekomende tijd
zult uitgekauwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en kauwen ww

Woordfamilie van uitkauwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kauw uit gebiedende wijs uitkauwen
kauwde uit verleden tijd uitkauwen
kauwden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitkauwen
kauwe uit woordvorm uitkauwen
kauwen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitkauwen
kauwt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitkauwen
uitgekauwd voltooid deelwoord uitkauwen
uitgekauwde woordvorm uitkauwen
uitkauw subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitkauwen
uitkauwde subordinate-clause, verleden tijd uitkauwen
uitkauwden subordinate-clause, verleden tijd uitkauwen
uitkauwe with-subordinate-clause uitkauwen
uitkauwend onvoltooid deelwoord uitkauwen
uitkauwende woordvorm uitkauwen
uitkauwt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitkauwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitkauwen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitkauwen

Wat betekent uitkauwen?
Uitkauwen is een werkwoord. Het woord betekent: zolang kauwen tot de laatste substantie eruit is gehaald.
Hoe vervoeg je uitkauwen?
Je vervoegt uitkauwen als volgt: het voltooid deelwoord is uitgekauwd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitkauwen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. K 3
  5. A 1
  6. U 4
  7. W 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitkauwen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. K 3
  5. A 1
  6. U 2
  7. W 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitkauwen in het kort

uitkauwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uitkauwen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitkauwen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitkauwen: zolang kauwen tot de laatste substantie eruit is gehaald
Deel uitkauwen — standaardnederlands.nl