uiteter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand de geregeld in een restaurant of andere eetgelegenheid eet
- lui persoon die op kosten van anderen leeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uiteters | meervoud |
| uitetertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitetertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van uit bw en eter zn
Woordfamilie van uiteter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uiteters | meervoud | uiteter |
| uitetertje | verkleinwoord | uiteter |
| uitetertjes | verkleinwoord meervoud | uiteter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uiteter zijn vastgelegd.