tweewoonst
zelfstandig naamwoordBetekenis
- woonvorm waarbij twee huizen één gemeenschappelijk dak hebben; twee onder een kap
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweewoonsten | meervoud |
| tweewoonstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tweewoonstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van twee tw en woonst zn
Woordfamilie van tweewoonst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweewoonsten | meervoud | tweewoonst |
| tweewoonstje | verkleinwoord | tweewoonst |
| tweewoonstjes | verkleinwoord meervoud | tweewoonst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweewoonst zijn vastgelegd.