tweezaadlobbig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- per zaad twee zaadlobben of cotylen hebbend, waarin het reservevoedsel, nodig voor de kieming en eerste groei van de jonge plant, zit opgeslagen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweezaadlobbige | verbogen, stellende trap |
| tweezaadlobbigs | partitief, stellende trap |
Woordfamilie van tweezaadlobbig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweezaadlobbigs | partitive, positive | tweezaadlobbig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweezaadlobbig zijn vastgelegd.