tweewielig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- uitgerust met twee wielen
- tweede betekenisomschrijving
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweewielige | verbogen, stellende trap |
| tweewieligs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van twee en wiel met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van tweewielig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweewielige | verbogen vorm | tweewielig |
| tweewieligs | partitive, positive | tweewielig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweewielig zijn vastgelegd.