Naar de inhoud

tv-kijken

aandacht schenken aan een programma vertoond op een televisietoestel

tv-kijken

werkwoord /te.'ve.kɛɪ.kə(n)/

Betekenis

  1. aandacht schenken aan een programma vertoond op een televisietoestel

Hoe spreek je tv-kijken uit?

/teˈvekɛikən/

Tv-kijken bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /teˈvekɛikən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
e veel
v vis
k kat
ɛi trein
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van tv-kijken

tv-kijkenhele werkwoord — keek tvverleden tijd enkelvoud — keken tvverleden tijd meervoud — tv-gekekenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kijk tv keek tv
jij kijkt tv keek tv
hij, zij, het kijkt tv keek tv
wij kijken tv keken tv
jullie kijken tv keken tv
zij kijken tv keken tv
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is tv-gekeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was tv-gekeken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd tv-gekeken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt tv-gekeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal tv-gekeken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal tv-gekeken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou tv-gekeken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou tv-gekeken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had tv-gekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had tv-gekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had tv-gekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden tv-gekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden tv-gekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden tv-gekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt tv-gekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb tv-gekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tv-gekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben tv-gekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tv-gekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben tv-gekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt tv-gekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tv-gekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tv-gekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
keek tv verleden tijd
kijk tv gebiedende wijs
te hebben tv-gekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tv-kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tv te kijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tv te zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tv zal kijken bijzin, toekomende tijd
tv zou kijken bijzin, voorwaardelijk
tv zouden kijken bijzin, voorwaardelijk
tv zoudt kijken bijzin, voorwaardelijk
tv zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
tv zullen kijken bijzin, toekomende tijd
tv zult kijken bijzin, toekomende tijd
tv-gekeken verleden tijd, deelwoord
tv-gekeken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tv-gekeken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tv-keek bijzin, verleden tijd
tv-keken bijzin, verleden tijd
tv-kijk bijzin, tegenwoordige tijd
tv-kijkend onvoltooid, deelwoord
tv-kijkt bijzin, tegenwoordige tijd
zal tv-gekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tv-gekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal tv-gekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal tv-kijken bijzin, toekomende tijd
zou tv-gekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tv-gekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tv-gekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou tv-kijken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) tv-kijken tv zou(dt) kijken bijzin, voorwaardelijk
zouden tv-gekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden tv-gekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden tv-gekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden tv-kijken bijzin, voorwaardelijk
zoudt tv-gekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt tv-kijken bijzin, voorwaardelijk
zullen tv-gekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen tv-gekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen tv-gekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tv-kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen tv-kijken bijzin, toekomende tijd
zult tv-gekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tv-kijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult tv-kijken bijzin, toekomende tijd
zult/zal tv-kijken tv zult/zal kijken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van tv en kijken

Woordfamilie van tv-kijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
keek tv verleden tijd tv-kijken
keken tv aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tv-kijken
kijk tv gebiedende wijs tv-kijken
kijke tv woordvorm tv-kijken
kijken tv aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon tv-kijken
kijkt tv aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tv-kijken
tv-gekeken voltooid deelwoord tv-kijken
tv-keek subordinate-clause, verleden tijd tv-kijken
tv-keken subordinate-clause, verleden tijd tv-kijken
tv-kijk subordinate-clause, tegenwoordige tijd tv-kijken
tv-kijke with-subordinate-clause tv-kijken
tv-kijkend onvoltooid deelwoord tv-kijken
tv-kijkende woordvorm tv-kijken
tv-kijkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd tv-kijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tv-kijken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over tv-kijken

Hoe spreek je tv-kijken uit?
De uitspraak van tv-kijken is: /te.'ve.kɛɪ.kə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent tv-kijken?
Tv-kijken is een werkwoord. Het woord betekent: aandacht schenken aan een programma vertoond op een televisietoestel.
Hoe vervoeg je tv-kijken?
Je vervoegt tv-kijken als volgt: het voltooid deelwoord is tv-gekeken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

tv-kijken is geen Scrabblewoord: het bestaat niet uitsluitend uit letters die je met tegels kunt leggen.

Wordfeud punten

Naar spel

tv-kijken is met Wordfeud niet te leggen: het bestaat niet uitsluitend uit letters waarvoor stenen bestaan.

tv-kijken in het kort

tv-kijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van tv-kijken zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tv-kijken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tv-kijken: aandacht schenken aan een programma vertoond op een televisietoestel
Deel tv-kijken — standaardnederlands.nl