turf
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈtʏrᵊfBetekenis
- veen als brandstof
- dik boek
- groep van vijf streepjes
- gestolen goed
- geld, portemonnee
Hoe spreek je turf uit?
/ˈtʏrəf/
Turf bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ʏ | put |
| r | rood |
| ə | de |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- renbaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| turfje | verkleinwoord, enkelvoud |
| turfjes | verkleinwoord, meervoud |
| turven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van turven
- gebiedende wijs van turven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van turven
Vervoeging van turf
turfhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘veen als brandstof’ voor het eerst aangetroffen in 1200
Woordfamilie van turf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| turfje | verkleinwoord | turf |
| turfjes | verkleinwoord meervoud | turf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van turf zijn vastgelegd.