trotseren
werkwoordBetekenis
- niet laten afschrikken door iemand of iets
Vervoeging van trotseren
trotserenhele werkwoord — trotseerdeverleden tijd enkelvoud — trotseerdenverleden tijd meervoud — getrotseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | trotseer | trotseerde |
| jij | trotseert | trotseerde |
| hij, zij, het | trotseert | trotseerde |
| wij | trotseren | trotseerden |
| jullie | trotseren | trotseerden |
| zij | trotseren | trotseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getrotseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getrotseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getrotseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getrotseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getrotseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getrotseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getrotseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getrotseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getrotseerd | verleden tijd, deelwoord |
| getrotseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getrotseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getrotseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getrotseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getrotseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getrotseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getrotseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getrotseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getrotseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getrotseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getrotseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getrotseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getrotseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getrotseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getrotseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getrotseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getrotseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getrotseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getrotseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te trotseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen trotseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| trotseer | gebiedende wijs |
| trotseerde | verleden tijd |
| trotsere | aanvoegende wijs |
| trotserend | onvoltooid, deelwoord |
| waart getrotseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getrotseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getrotseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getrotseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getrotseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getrotseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getrotseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getrotseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getrotseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getrotseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getrotseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getrotseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getrotseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getrotseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getrotseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getrotseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getrotseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getrotseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getrotseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getrotseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getrotseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getrotseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getrotseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getrotseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getrotseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getrotseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getrotseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getrotseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getrotseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getrotseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getrotseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getrotseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getrotseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getrotseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen trotseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getrotseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getrotseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getrotseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult trotseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘het hoofd bieden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1628
Woordfamilie van trotseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getrotseerd | voltooid deelwoord | trotseren |
| getrotseerde | woordvorm | trotseren |
| trotseer | gebiedende wijs | trotseren |
| trotseerde | verleden tijd | trotseren |
| trotseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | trotseren |
| trotseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | trotseren |
| trotserend | onvoltooid deelwoord | trotseren |
| trotserende | woordvorm | trotseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trotseren zijn vastgelegd.