trol
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- groot, soms reusachtig, lelijk en onvriendelijk wezen, oorspronkelijk afkomstig uit de Scandinavische mythologie, dat mensen vaak vijandig gezind is
- iemand die een forum of wiki allen maar bezoekt om er ruzie te veroorzaken of anderszins de boel in het honderd te laten lopen
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- iemand die een forum of wiki alleen maar bezoekt om er ruzie te veroorzaken of anderszins de boel in het honderd te laten lopen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trollen | meervoud |
| trolletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trolletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trollen
- gebiedende wijs van trollen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trollen
Vervoeging van trol
trolhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Oudnoor(d)s, in de betekenis van ‘demon’ voor het eerst aangetroffen in 1513
Woordfamilie van trol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trolletje | verkleinwoord | trol |
| trolletjes | verkleinwoord meervoud | trol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trol zijn vastgelegd.