trojka
zelfstandig naamwoord ˈtrɔjkaBetekenis
- licht Russisch rijtuig met drie paarden bespannen, driespan
- nummer van paardendressuur
- politieke leiding die bestaat uit drie (rechts-)personen
- driespan; rijtuig met drie paarden bespannen
- het getal drie
- driepunter
- drietal
- drie; als cijfer in het Tsjechische onderwijs vergelijkbaar met een zes in het Nederlandse systeem
- trio
- drieling; jachtgeweer met drielopen
- trojspřeží
- trojice
- dobrá
Hoe spreek je trojka uit?
/ˈtrɔjka/
Trojka bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| j | ja |
| k | kat |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- licht Russisch rijtuig met drie paarden bespannen
- bepaalde Russische volksdans
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trojka's | meervoud |
| trojkaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trojkaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Russisch тро́йка (trójka) "driespan" **[3] in de betekenis van ‘driemanschap’ aangetroffen vanaf 1952
Woordfamilie van trojka
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trojka's | meervoud | trojka |
| trojkaatje | verkleinwoord | trojka |
| trojkaatjes | verkleinwoord meervoud | trojka |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trojka zijn vastgelegd.