trimmer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die trimt
- iets waarmee men kan trimmen
- kleine variabele condensator
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trimmers | meervoud |
| trimmertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trimmertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van trimmen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van trimmer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trimmers | meervoud | trimmer |
| trimmertje | verkleinwoord | trimmer |
| trimmertjes | verkleinwoord meervoud | trimmer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trimmer zijn vastgelegd.