trimster
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vrouw die sport om de conditie op peil te houden
- vrouw die de vacht van een hond in model knipt
- vrouw die op een zeilboot zorgt voor de goede stand en vorm van de zeilen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trimsters | meervoud |
Herkomst
uit het Latijn
Woordfamilie van trimster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trimsters | meervoud | trimster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trimster zijn vastgelegd.