travalje
zelfstandig naamwoord traˈvɑljəBetekenis
- constructie waarin een paard kan worden vastgezet om hoefijzers vast te kunnen maken
Hoe spreek je travalje uit?
/traˈvɑljə/
Travalje bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| a | maan |
| v | vis |
| ɑ | bad |
| l | land |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| travaljes | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands travaelge, via Frans travail teruggaand op Latijn trepalium "martelwerktuig dat uit drie palen bestond"
Woordfamilie van travalje
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| travaljes | meervoud | travalje |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van travalje zijn vastgelegd.