trachoom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- korrelachtige ontsteking van het oogbindvlies
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trachomen | meervoud |
| trachoompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trachoompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van het Griekse 'trachus' (ruw) met het achtervoegsel -oom
Woordfamilie van trachoom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trachomen | meervoud | trachoom |
| trachoompje | verkleinwoord | trachoom |
| trachoompjes | verkleinwoord meervoud | trachoom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trachoom zijn vastgelegd.