trachee
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een ademhalingsbuisje bij insecten, duizendpotigen, springstaarten, spinachtigen en fluweelwormen
- houtvat in planten voor het transport van water
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tracheeën | meervoud |
Herkomst
uit het Latijn
Woordfamilie van trachee
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tracheeën | meervoud | trachee |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trachee zijn vastgelegd.