traceren
werkwoordBetekenis
- de gang of oorsprong van iets nagaan
Vervoeging van traceren
tracerenhele werkwoord — traceerdeverleden tijd enkelvoud — traceerdenverleden tijd meervoud — getraceerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | traceer | traceerde |
| jij | traceert | traceerde |
| hij, zij, het | traceert | traceerde |
| wij | traceren | traceerden |
| jullie | traceren | traceerden |
| zij | traceren | traceerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getraceerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getraceerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getraceerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getraceerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getraceerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getraceerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getraceerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getraceerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getraceerd | verleden tijd, deelwoord |
| getraceerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getraceerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getraceerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getraceerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getraceerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getraceerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getraceerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getraceerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getraceerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getraceerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getraceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getraceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getraceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getraceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getraceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getraceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getraceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getraceerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getraceerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te traceren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen traceren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| traceer | gebiedende wijs |
| traceerde | verleden tijd |
| tracere | aanvoegende wijs |
| tracerend | onvoltooid, deelwoord |
| waart getraceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getraceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getraceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getraceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getraceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getraceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getraceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getraceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getraceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getraceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getraceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getraceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getraceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal traceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal traceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal traceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getraceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getraceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getraceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getraceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getraceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getraceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getraceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou traceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou traceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou traceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getraceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getraceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getraceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getraceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getraceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getraceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden traceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden traceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden traceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getraceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getraceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt traceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getraceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getraceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getraceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getraceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getraceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getraceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen traceren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen traceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen traceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen traceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getraceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getraceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getraceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult traceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘nasporen’ voor het eerst aangetroffen in 1901
Woordfamilie van traceren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getraceerd | voltooid deelwoord | traceren |
| getraceerde | woordvorm | traceren |
| traceer | gebiedende wijs | traceren |
| traceerde | verleden tijd | traceren |
| traceerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | traceren |
| traceert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | traceren |
| tracere | aanvoegende wijs | traceren |
| tracerend | onvoltooid deelwoord | traceren |
| tracerende | woordvorm | traceren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van traceren zijn vastgelegd.