tourniquet
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toegangspoortje dat personen slechts stuk voor stuk doorlaat
- knelverband bijv als noodmaatregel om een bloeding te stelpen
- tourniquet, een knelverband
- tourniquet, een toegangspoortje
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tourniquetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tourniquetjes | verkleinwoord, meervoud |
| tourniquets | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘draaikruis’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van tourniquet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tourniquetje | verkleinwoord | tourniquet |
| tourniquetjes | verkleinwoord meervoud | tourniquet |
| tourniquets | meervoud | tourniquet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tourniquet zijn vastgelegd.