tournee
zelfstandig naamwoord turˈneBetekenis
- een rondreis bedoeld om op diverse plaatsen een concert of uitvoering te verzorgen
Hoe spreek je tournee uit?
/turˈne/
Tournee bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| r | rood |
| n | nek |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- rondreis bedoeld om op diverse plaatsen een concert of uitvoering te verzorgen
- traktatie, gewoonlijk van alcoholische aard voor alle leden van een groep aanwezigen in een café informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tournees | meervoud |
| tourneetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tourneetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Frans tournée, in de betekenis van ‘rondreis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1815 **[2] (Belgisch-Nederlands)
Woordfamilie van tournee
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tournees | meervoud | tournee |
| tourneetje | verkleinwoord | tournee |
| tourneetjes | verkleinwoord meervoud | tournee |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tournee zijn vastgelegd.