Naar de inhoud

toucheren

inwendig onderzoeken met de vingers, voorzichtig aanraken

toucheren

werkwoord

Betekenis

  1. inwendig onderzoeken met de vingers, voorzichtig aanraken
  2. in ontvangst nemen
  3. aanraken, treffen

werkwoord

  1. het door een arts met de vingers inwendig onderzoeken van een lichaamsdeel (veelal de aarsopening) transitive
  2. licht aanraken obsolete, transitive

Vervoeging van toucheren

toucherenhele werkwoord — toucheerdeverleden tijd enkelvoud — toucheerdenverleden tijd meervoud — getoucheerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik toucheer toucheerde
jij toucheert toucheerde
hij, zij, het toucheert toucheerde
wij toucheren toucheerden
jullie toucheren toucheerden
zij toucheren toucheerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getoucheerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getoucheerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getoucheerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getoucheerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getoucheerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getoucheerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getoucheerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getoucheerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getoucheerd verleden tijd, deelwoord
getoucheerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getoucheerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getoucheerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getoucheerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getoucheerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getoucheerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getoucheerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getoucheerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getoucheerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getoucheerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getoucheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getoucheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getoucheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getoucheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getoucheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getoucheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getoucheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getoucheerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getoucheerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te toucheren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toucheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toucheer gebiedende wijs
toucheerde verleden tijd
touchere aanvoegende wijs
toucherend onvoltooid, deelwoord
waart getoucheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getoucheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getoucheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getoucheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getoucheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getoucheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getoucheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getoucheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getoucheerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getoucheerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getoucheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getoucheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getoucheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getoucheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getoucheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getoucheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getoucheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getoucheerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getoucheerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getoucheerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toucheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getoucheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getoucheerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van het Franse toucher (met het achtervoegsel -eren). In de betekenis van ‘licht aanraken’ voor het eerst aangetroffen in 1228

Woordfamilie van toucheren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getoucheerd voltooid deelwoord toucheren
getoucheerde woordvorm toucheren
toucheer gebiedende wijs toucheren
toucheerde verleden tijd toucheren
toucheerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toucheren
toucheert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toucheren
touchere aanvoegende wijs toucheren
toucherend onvoltooid deelwoord toucheren
toucherende woordvorm toucheren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toucheren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toucheren

Wat betekent toucheren?
Toucheren is een werkwoord. Het woord betekent: inwendig onderzoeken met de vingers, voorzichtig aanraken. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je toucheren?
Je vervoegt toucheren als volgt: de tegenwoordige tijd is toucheer, de verleden tijd is toucheerde en het voltooid deelwoord is getoucheerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toucheren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. U 4
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toucheren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. U 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toucheren in het kort

toucheren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van toucheren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toucheren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toucheren: inwendig onderzoeken met de vingers, voorzichtig aanraken
Deel toucheren — standaardnederlands.nl