Naar de inhoud

toiletteren

het toilet bezoeken

toiletteren

werkwoord

Betekenis

  1. het toilet bezoeken
  2. het uiterlijk verzorgen, zich opknappen of opmaken

Vervoeging van toiletteren

toiletterenhele werkwoord — toiletteerdeverleden tijd enkelvoud — toiletteerdenverleden tijd meervoud — getoiletteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik toiletteer toiletteerde
jij toiletteert toiletteerde
hij, zij, het toiletteert toiletteerde
wij toiletteren toiletteerden
jullie toiletteren toiletteerden
zij toiletteren toiletteerden
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
getoiletteerd verleden tijd, deelwoord
getoiletteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getoiletteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getoiletteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getoiletteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getoiletteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getoiletteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getoiletteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getoiletteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getoiletteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getoiletteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getoiletteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getoiletteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getoiletteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getoiletteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getoiletteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getoiletteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getoiletteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getoiletteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te toiletteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toiletteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toiletteer gebiedende wijs
toiletteer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
toiletteer u/je , toiletteert je gebiedende wijs
toiletteerde verleden tijd
toiletteerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
toiletteerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
toiletteerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
toiletteerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
toiletteerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
toiletteerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
toiletteerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
toiletteerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
toiletteerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
toiletteerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
toiletteert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
toiletteert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
toiletteert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
toiletteert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
toiletteert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
toiletteert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
toilettere aanvoegende wijs
toilettere zich aanvoegende wijs
toiletteren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
toiletteren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
toiletteren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
toiletterend onvoltooid, deelwoord
zal getoiletteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getoiletteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getoiletteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me toiletteren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich toiletteren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je toiletteren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich getoiletteerd hebben verleden tijd
zich toiletterend onvoltooid, deelwoord
zou getoiletteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getoiletteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getoiletteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getoiletteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getoiletteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getoiletteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getoiletteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getoiletteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getoiletteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getoiletteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je toiletteren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons toiletteren eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen toiletteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen zich toiletteren derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult getoiletteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toiletteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult u toiletteren tweede persoon
zult u toiletteren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u toiletteren tweede persoon
zult zich/u toiletteren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Herkomst

afgeleid van toilet of van het Franse toiletter (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van toiletteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getoiletteerd voltooid deelwoord toiletteren
toiletteer gebiedende wijs toiletteren
toiletteerde verleden tijd toiletteren
toiletteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toiletteren
toiletteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toiletteren
toilettere aanvoegende wijs toiletteren
toiletterend onvoltooid deelwoord toiletteren
toiletterende woordvorm toiletteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toiletteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toiletteren

Wat betekent toiletteren?
Toiletteren is een werkwoord. Het woord betekent: het toilet bezoeken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je toiletteren?
Je vervoegt toiletteren als volgt: de tegenwoordige tijd is toiletteer, de verleden tijd is toiletteerde en het voltooid deelwoord is getoiletteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toiletteren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. I 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toiletteren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. I 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toiletteren in het kort

toiletteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van toiletteren zijn 60 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toiletteren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toiletteren: het toilet bezoeken
Deel toiletteren — standaardnederlands.nl