toezingen
werkwoordBetekenis
- zich zingend tot iemand richten, gewoonlijk met lof
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van toezingen
toezingenhele werkwoord — zong toeverleden tijd enkelvoud — zongen toeverleden tijd meervoud — toegezongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zing toe | zong toe |
| jij | zingt toe | zong toe |
| hij, zij, het | zingt toe | zong toe |
| wij | zingen toe | zongen toe |
| jullie | zingen toe | zongen toe |
| zij | zingen toe | zongen toe |
Alle 169 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is toegezongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegezongen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegezongen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegezongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegezongen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegezongen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegezongen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegezongen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had toegezongen gekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegezongen gekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegezongen gekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegezongen gekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegezongen gekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegezongen gekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt toegezongen gekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb toegezongen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegezongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben toegezongen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegezongen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegezongen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt toegezongen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft toegezongen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegezongen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is toegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kreeg toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| kreeg toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| kreeg toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| kreegt toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| kregen toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| kregen toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| kregen toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| krijg toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| krijgen toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| krijgen toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| krijgen toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| krijgt toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| krijgt toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| te hebben toegezongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toezingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te zingen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen zingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal zingen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen zingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen zingen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult zingen | bijzin, toekomende tijd |
| toegezongen | verleden tijd, deelwoord |
| toegezongen gekregen hebben | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegezongen gekregen te hebben | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegezongen gekregen te zullen hebben | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegezongen gekregen zullen hebben | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegezongen krijgen | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegezongen te krijgen | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegezongen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegezongen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegezongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegezongen te zullen krijgen | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegezongen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegezongen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegezongen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegezongen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegezongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegezongen zullen krijgen | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegezongen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegezongen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toezing | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toezingend | onvoltooid, deelwoord |
| toezingt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toezong | bijzin, verleden tijd |
| toezongen | bijzin, verleden tijd |
| toezongt | bijzin, verleden tijd |
| waren toegezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt toegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegezongen gekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegezongen gekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegezongen krijgen | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegezongen krijgen | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toezingen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn toegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zing toe | gebiedende wijs |
| zong toe | verleden tijd |
| zou toegezongen gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegezongen gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegezongen gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegezongen krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegezongen krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou toegezongen krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou toegezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toezingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toezingen toe zou(dt) zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegezongen gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegezongen gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegezongen gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegezongen krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toegezongen krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toegezongen krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van toe bw en zingen ww
Woordfamilie van toezingen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toegezongen | voltooid deelwoord | toezingen |
| toezing | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toezingen |
| toezinge | with-subordinate-clause | toezingen |
| toezingend | onvoltooid deelwoord | toezingen |
| toezingende | woordvorm | toezingen |
| toezingt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toezingen |
| toezong | subordinate-clause, verleden tijd | toezingen |
| toezongen | subordinate-clause, verleden tijd | toezingen |
| toezongt | subordinate-clause, verleden tijd | toezingen |
| zing toe | gebiedende wijs | toezingen |
| zinge toe | woordvorm | toezingen |
| zingen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toezingen |
| zingt toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toezingen |
| zong toe | verleden tijd | toezingen |
| zongen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toezingen |
| zongt toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | toezingen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toezingen zijn vastgelegd.