Naar de inhoud

toezenden

met de post iets ergens naartoe sturen

toezenden

werkwoord /'tuzɛndə(n)/

Betekenis

  1. met de post iets ergens naartoe sturen
  2. als hierboven maar dan via een andere kanaal dan de post

Hoe spreek je toezenden uit?

/ˈtuzɛndən/

Toezenden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtuzɛndən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
u boek
z zon
ɛ bed
n nek
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van toezenden

toezendenhele werkwoord — zond toeverleden tijd enkelvoud — zonden toeverleden tijd meervoud — toegezondenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zend toe zond toe
jij zendt toe zond toe
hij, zij, het zendt toe zond toe
wij zenden toe zonden toe
jullie zenden toe zonden toe
zij zenden toe zonden toe
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is toegezonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegezonden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegezonden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegezonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegezonden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegezonden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegezonden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegezonden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegezonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben toegezonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toezenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te zenden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen zenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal zenden bijzin, toekomende tijd
toe zou zenden bijzin, voorwaardelijk
toe zouden zenden bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt zenden bijzin, voorwaardelijk
toe zullen zenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen zenden bijzin, toekomende tijd
toe zult zenden bijzin, toekomende tijd
toegezonden verleden tijd, deelwoord
toegezonden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegezonden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegezonden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegezonden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegezonden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegezonden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegezonden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegezonden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegezonden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegezonden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toezend bijzin, tegenwoordige tijd
toezendend onvoltooid, deelwoord
toezendt bijzin, tegenwoordige tijd
toezond bijzin, verleden tijd
toezonden bijzin, verleden tijd
waart toegezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toegezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toegezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toegezonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegezonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegezonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegezonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegezonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toezenden bijzin, toekomende tijd
zend toe gebiedende wijs
zijn toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zond toe verleden tijd
zou toegezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toezenden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toezenden toe zou(dt) zenden bijzin, voorwaardelijk
zouden toegezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toezenden bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toezenden bijzin, voorwaardelijk
zullen toegezonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegezonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegezonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toegezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegezonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegezonden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegezonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toezenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toezenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toezenden bijzin, toekomende tijd
zult toegezonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toe bw en zenden ww

Woordfamilie van toezenden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
toegezonden voltooid deelwoord toezenden
toezend subordinate-clause, tegenwoordige tijd toezenden
toezende with-subordinate-clause toezenden
toezendend onvoltooid deelwoord toezenden
toezendende woordvorm toezenden
toezendt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toezenden
toezond subordinate-clause, verleden tijd toezenden
toezonden subordinate-clause, verleden tijd toezenden
zend toe gebiedende wijs toezenden
zende toe woordvorm toezenden
zenden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toezenden
zendt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toezenden
zond toe verleden tijd toezenden
zonden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toezenden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toezenden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toezenden

Hoe spreek je toezenden uit?
De uitspraak van toezenden is: /'tuzɛndə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent toezenden?
Toezenden is een werkwoord. Het woord betekent: met de post iets ergens naartoe sturen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je toezenden?
Je vervoegt toezenden als volgt: het voltooid deelwoord is toegezonden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toezenden is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. Z 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toezenden levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. Z 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toezenden in het kort

toezenden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van toezenden zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toezenden bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toezenden: met de post iets ergens naartoe sturen
Deel toezenden — standaardnederlands.nl