Naar de inhoud

toetreden

~ tot: lid worden van een organisatie

toetreden

werkwoord

Betekenis

  1. ~ tot: lid worden van een organisatie
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van toetreden

toetredenhele werkwoord — trad toeverleden tijd enkelvoud — traden toeverleden tijd meervoud — toegetredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik treed toe trad toe
jij treedt toe traadt toe
hij, zij, het treedt toe trad toe
wij treden toe traden toe
jullie treden toe traden toe
zij treden toe traden toe
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben toegetreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is toegetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegetreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn toegetreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toetreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te treden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal treden bijzin, toekomende tijd
toe zou treden bijzin, voorwaardelijk
toe zouden treden bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt treden bijzin, voorwaardelijk
toe zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen treden bijzin, toekomende tijd
toe zult treden bijzin, toekomende tijd
toegetreden verleden tijd, deelwoord
toegetreden te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegetreden zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toetraadt bijzin, verleden tijd
toetrad bijzin, verleden tijd
toetraden bijzin, verleden tijd
toetredend onvoltooid, deelwoord
toetreed bijzin, tegenwoordige tijd
toetreedt bijzin, tegenwoordige tijd
trad toe verleden tijd
treed toe gebiedende wijs
waart toegetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegetreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegetreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegetreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegetreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal toegetreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegetreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toetreden bijzin, toekomende tijd
zijn toegetreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn toegetreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegetreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toegetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toetreden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toetreden toe zou(dt) treden bijzin, voorwaardelijk
zouden toegetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toetreden bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toetreden bijzin, voorwaardelijk
zullen toegetreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegetreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toetreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toetreden bijzin, toekomende tijd
zult toegetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toetreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult toetreden bijzin, toekomende tijd
zult/zal toetreden toe zult/zal treden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van toe bw en treden ww

Woordfamilie van toetreden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
toegetreden voltooid deelwoord toetreden
toetraadt subordinate-clause, verleden tijd toetreden
toetrad subordinate-clause, verleden tijd toetreden
toetraden subordinate-clause, verleden tijd toetreden
toetrede with-subordinate-clause toetreden
toetredend onvoltooid deelwoord toetreden
toetredende woordvorm toetreden
toetreed subordinate-clause, tegenwoordige tijd toetreden
toetreedt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toetreden
traadt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon toetreden
trad toe verleden tijd toetreden
traden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toetreden
trede toe woordvorm toetreden
treden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toetreden
treed toe gebiedende wijs toetreden
treedt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toetreden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toetreden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toetreden

Wat is de betekenis van toetreden?
Toetreden is een werkwoord. De betekenis is: ~ tot: lid worden van een organisatie. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik toetreden?
Zo vervoeg je toetreden zo: het voltooid deelwoord is toegetreden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toetreden is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toetreden levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toetreden in het kort

toetreden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van toetreden staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toetreden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toetreden: ~ tot: lid worden van een organisatie
Deel toetreden — standaardnederlands.nl