toeschieten
werkwoordBetekenis
- ergens naar toe snellen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van toeschieten
toeschietenhele werkwoord — schoot toeverleden tijd enkelvoud — schoten toeverleden tijd meervoud — toegeschotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schiet toe | schoot toe |
| jij | schiet toe | schoot toe |
| hij, zij, het | schiet toe | schoot toe |
| wij | schieten toe | schoten toe |
| jullie | schieten toe | schoten toe |
| zij | schieten toe | schoten toe |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben toegeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent toegeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is toegeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is toegeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schiet toe | gebiedende wijs |
| schoot toe | verleden tijd |
| te zijn toegeschoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toeschieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te schieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen schieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal schieten | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen schieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen schieten | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult schieten | bijzin, toekomende tijd |
| toegeschoten | verleden tijd, deelwoord |
| toegeschoten te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeschoten zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toeschiet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toeschietend | onvoltooid, deelwoord |
| toeschoot | bijzin, verleden tijd |
| toeschoten | bijzin, verleden tijd |
| waart toegeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren toegeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was toegeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was toegeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal toegeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toeschieten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn toegeschoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn toegeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn toegeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn toegeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt toegeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou toegeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toeschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toeschieten toe zou(dt) schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toeschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toeschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toegeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toeschieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toeschieten | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult toeschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult toeschieten | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal toeschieten toe zult/zal schieten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van toe bw en schieten ww
Woordfamilie van toeschieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schiet toe | gebiedende wijs | toeschieten |
| schiete toe | woordvorm | toeschieten |
| schieten toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toeschieten |
| schoot toe | verleden tijd | toeschieten |
| schoten toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toeschieten |
| toegeschoten | voltooid deelwoord | toeschieten |
| toeschiet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toeschieten |
| toeschiete | with-subordinate-clause | toeschieten |
| toeschietend | onvoltooid deelwoord | toeschieten |
| toeschietende | woordvorm | toeschieten |
| toeschoot | subordinate-clause, verleden tijd | toeschieten |
| toeschoten | subordinate-clause, verleden tijd | toeschieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeschieten zijn vastgelegd.