Naar de inhoud

toereiken

aanreiken, aangeven

toereiken

werkwoord

Betekenis

  1. aanreiken, aangeven
  2. volstaan

Vervoeging van toereiken

toereikenhele werkwoord — reikte toeverleden tijd enkelvoud — reikten toeverleden tijd meervoud — toegereiktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik reik toe reikte toe
jij reikt toe reikte toe
hij, zij, het reikt toe reikte toe
wij reiken toe reikten toe
jullie reiken toe reikten toe
zij reiken toe reikten toe
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is toegereikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegereikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegereikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegereikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegereikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegereikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegereikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegereikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegereikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegereikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegereikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegereikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegereikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegereikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegereikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegereikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
reik toe gebiedende wijs
reikte toe verleden tijd
te hebben toegereikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toereiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te reiken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen reiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal reiken bijzin, toekomende tijd
toe zou reiken bijzin, voorwaardelijk
toe zouden reiken bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt reiken bijzin, voorwaardelijk
toe zullen reiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen reiken bijzin, toekomende tijd
toe zult reiken bijzin, toekomende tijd
toegereikt verleden tijd, deelwoord
toegereikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegereikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegereikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegereikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegereikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegereikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegereikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegereikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegereikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegereikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toereik bijzin, tegenwoordige tijd
toereikend onvoltooid, deelwoord
toereikt bijzin, tegenwoordige tijd
toereikte bijzin, verleden tijd
toereikten bijzin, verleden tijd
waart toegereikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegereikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegereikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegereikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegereikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegereikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegereikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toegereikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegereikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegereikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegereikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegereikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegereikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegereikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toegereikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegereikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegereikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegereikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegereikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegereikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toegereikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegereikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegereikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegereikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegereikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toereiken bijzin, toekomende tijd
zijn toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegereikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toegereikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegereikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegereikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegereikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegereikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegereikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toereiken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toereiken toe zou(dt) reiken bijzin, voorwaardelijk
zouden toegereikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegereikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegereikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegereikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegereikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegereikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toereiken bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegereikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegereikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toereiken bijzin, voorwaardelijk
zullen toegereikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegereikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegereikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toegereikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegereikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegereikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegereikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toereiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toereiken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toereiken bijzin, toekomende tijd
zult toegereikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toe en reiken

Woordfamilie van toereiken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
reik toe gebiedende wijs toereiken
reike toe woordvorm toereiken
reiken toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toereiken
reikt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toereiken
reikte toe verleden tijd toereiken
reikten toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toereiken
toegereikt voltooid deelwoord toereiken
toegereikte woordvorm toereiken
toereik subordinate-clause, tegenwoordige tijd toereiken
toereike with-subordinate-clause toereiken
toereikt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toereiken
toereikte subordinate-clause, verleden tijd toereiken
toereikten subordinate-clause, verleden tijd toereiken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toereiken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over toereiken

Wat betekent toereiken?
Toereiken is een werkwoord. Het woord betekent: aanreiken, aangeven. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je toereiken?
Je vervoegt toereiken als volgt: het voltooid deelwoord is toegereikt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toereiken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. I 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toereiken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. I 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toereiken in het kort

toereiken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van toereiken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toereiken bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toereiken: aanreiken, aangeven
Deel toereiken — standaardnederlands.nl