toepassen
werkwoordBetekenis
- in de praktijk brengen
- gebruiken
Vervoeging van toepassen
toepassenhele werkwoord — paste toeverleden tijd enkelvoud — pasten toeverleden tijd meervoud — toegepastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pas toe | paste toe |
| jij | past toe | paste toe |
| hij, zij, het | past toe | paste toe |
| wij | passen toe | pasten toe |
| jullie | passen toe | pasten toe |
| zij | passen toe | pasten toe |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is toegepast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegepast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegepast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegepast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegepast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegepast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegepast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegepast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegepast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegepast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegepast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegepast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegepast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegepast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegepast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegepast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pas toe | gebiedende wijs |
| paste toe | verleden tijd |
| te hebben toegepast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toepassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te passen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen passen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal passen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou passen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden passen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt passen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen passen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen passen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult passen | bijzin, toekomende tijd |
| toegepast | verleden tijd, deelwoord |
| toegepast te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegepast te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegepast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegepast te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegepast te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegepast worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegepast zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegepast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegepast zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegepast zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toepas | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toepassend | onvoltooid, deelwoord |
| toepast | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toepaste | bijzin, verleden tijd |
| toepasten | bijzin, verleden tijd |
| waart toegepast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegepast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren toegepast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegepast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegepast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was toegepast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was toegepast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd toegepast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd toegepast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd toegepast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden toegepast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden toegepast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden toegepast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt toegepast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word toegepast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden toegepast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden toegepast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden toegepast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt toegepast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt toegepast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal toegepast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegepast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegepast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegepast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegepast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toepassen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt toegepast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou toegepast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegepast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegepast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegepast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegepast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegepast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toepassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toepassen toe zou(dt) passen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegepast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegepast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegepast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegepast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegepast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegepast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toepassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegepast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegepast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toepassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toegepast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegepast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegepast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toegepast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegepast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegepast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegepast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toepassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toepassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toepassen | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegepast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van toe bw en passen ww
Woordfamilie van toepassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pas toe | gebiedende wijs | toepassen |
| passe toe | woordvorm | toepassen |
| passen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toepassen |
| past toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toepassen |
| paste toe | verleden tijd | toepassen |
| pasten toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toepassen |
| toepas | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toepassen |
| toepasse | with-subordinate-clause | toepassen |
| toepassend | onvoltooid deelwoord | toepassen |
| toepassende | woordvorm | toepassen |
| toepast | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toepassen |
| toepaste | subordinate-clause, verleden tijd | toepassen |
| toepasten | subordinate-clause, verleden tijd | toepassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toepassen zijn vastgelegd.