Naar de inhoud

toepassen

in de praktijk brengen

toepassen

werkwoord

Betekenis

  1. in de praktijk brengen
  2. gebruiken

Vervoeging van toepassen

toepassenhele werkwoord — paste toeverleden tijd enkelvoud — pasten toeverleden tijd meervoud — toegepastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pas toe paste toe
jij past toe paste toe
hij, zij, het past toe paste toe
wij passen toe pasten toe
jullie passen toe pasten toe
zij passen toe pasten toe
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is toegepast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegepast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegepast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegepast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegepast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegepast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegepast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegepast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegepast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegepast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegepast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegepast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegepast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pas toe gebiedende wijs
paste toe verleden tijd
te hebben toegepast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toepassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te passen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen passen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal passen bijzin, toekomende tijd
toe zou passen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden passen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt passen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen passen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen passen bijzin, toekomende tijd
toe zult passen bijzin, toekomende tijd
toegepast verleden tijd, deelwoord
toegepast te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegepast te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegepast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegepast te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegepast te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegepast worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegepast zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegepast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegepast zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegepast zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toepas bijzin, tegenwoordige tijd
toepassend onvoltooid, deelwoord
toepast bijzin, tegenwoordige tijd
toepaste bijzin, verleden tijd
toepasten bijzin, verleden tijd
waart toegepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegepast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegepast voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegepast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegepast voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toegepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toegepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toegepast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegepast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegepast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegepast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegepast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toepassen bijzin, toekomende tijd
zijn toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toegepast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegepast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegepast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegepast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegepast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegepast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toepassen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toepassen toe zou(dt) passen bijzin, voorwaardelijk
zouden toegepast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegepast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegepast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegepast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegepast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegepast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toepassen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegepast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegepast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toepassen bijzin, voorwaardelijk
zullen toegepast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegepast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegepast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toegepast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegepast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegepast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegepast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toepassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toepassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toepassen bijzin, toekomende tijd
zult toegepast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toe bw en passen ww

Woordfamilie van toepassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
pas toe gebiedende wijs toepassen
passe toe woordvorm toepassen
passen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toepassen
past toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toepassen
paste toe verleden tijd toepassen
pasten toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toepassen
toepas subordinate-clause, tegenwoordige tijd toepassen
toepasse with-subordinate-clause toepassen
toepassend onvoltooid deelwoord toepassen
toepassende woordvorm toepassen
toepast subordinate-clause, tegenwoordige tijd toepassen
toepaste subordinate-clause, verleden tijd toepassen
toepasten subordinate-clause, verleden tijd toepassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toepassen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over toepassen

Wat is de betekenis van toepassen?
Toepassen is een werkwoord. De betekenis is: in de praktijk brengen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik toepassen?
Zo vervoeg je toepassen zo: het voltooid deelwoord is toegepast. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toepassen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. P 3
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toepassen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. P 4
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toepassen in het kort

toepassen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van toepassen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toepassen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toepassen: in de praktijk brengen
Deel toepassen — standaardnederlands.nl