Naar de inhoud

toelichten

verduidelijken, uitleggen

toelichten

werkwoord ˈtulɪxtə(n)

Betekenis

  1. verduidelijken, uitleggen

Hoe spreek je toelichten uit?

/ˈtulɪxtən/

Toelichten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtulɪxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
u boek
l land
ɪ pit
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van toelichten

toelichtenhele werkwoord — lichtte toeverleden tijd enkelvoud — lichtten toeverleden tijd meervoud — toegelichtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik licht toe lichtte toe
jij licht toe lichtte toe
hij, zij, het licht toe lichtte toe
wij lichten toe lichtten toe
jullie lichten toe lichtten toe
zij lichten toe lichtten toe
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is toegelicht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegelicht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegelicht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegelicht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegelicht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegelicht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegelicht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegelicht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegelicht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
licht toe gebiedende wijs
lichtte toe verleden tijd
te hebben toegelicht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toelichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te lichten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen lichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal lichten bijzin, toekomende tijd
toe zou lichten bijzin, voorwaardelijk
toe zouden lichten bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt lichten bijzin, voorwaardelijk
toe zullen lichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen lichten bijzin, toekomende tijd
toe zult lichten bijzin, toekomende tijd
toegelicht verleden tijd, deelwoord
toegelicht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegelicht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegelicht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegelicht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegelicht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegelicht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegelicht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegelicht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegelicht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegelicht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toelicht bijzin, tegenwoordige tijd
toelichtend onvoltooid, deelwoord
toelichtte bijzin, verleden tijd
toelichtten bijzin, verleden tijd
waart toegelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toegelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toegelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toegelicht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegelicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegelicht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegelicht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegelicht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toelichten bijzin, toekomende tijd
zijn toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toegelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toelichten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toelichten toe zou(dt) lichten bijzin, voorwaardelijk
zouden toegelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toelichten bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toelichten bijzin, voorwaardelijk
zullen toegelicht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegelicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegelicht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegelicht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegelicht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegelicht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toelichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toelichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toelichten bijzin, toekomende tijd
zult toegelicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toegelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toe en lichten

Woordfamilie van toelichten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
licht toe gebiedende wijs toelichten
lichte toe woordvorm toelichten
lichten toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toelichten
lichtte toe verleden tijd toelichten
lichtten toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toelichten
toegelicht voltooid deelwoord toelichten
toegelichte woordvorm toelichten
toelicht subordinate-clause, tegenwoordige tijd toelichten
toelichte with-subordinate-clause toelichten
toelichtend onvoltooid deelwoord toelichten
toelichtende woordvorm toelichten
toelichtte subordinate-clause, verleden tijd toelichten
toelichtten subordinate-clause, verleden tijd toelichten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toelichten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toelichten

Hoe spreek je toelichten uit?
De uitspraak van toelichten is: /ˈtulɪxtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent toelichten?
Toelichten is een werkwoord. Het woord betekent: verduidelijken, uitleggen.
Hoe vervoeg je toelichten?
Je vervoegt toelichten als volgt: het voltooid deelwoord is toegelicht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toelichten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. L 3
  5. I 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toelichten levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. L 3
  5. I 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toelichten in het kort

toelichten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toelichten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toelichten bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toelichten: verduidelijken, uitleggen
Deel toelichten — standaardnederlands.nl