toeleveren
werkwoordBetekenis
- onderdelen en materialen verschaffen aan een ander bedrijf
Vervoeging van toeleveren
toeleverenhele werkwoord — leverde toeverleden tijd enkelvoud — leverden toeverleden tijd meervoud — toegeleverdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lever toe | leverde toe |
| jij | levert toe | leverde toe |
| hij, zij, het | levert toe | leverde toe |
| wij | leveren toe | leverden toe |
| jullie | leveren toe | leverden toe |
| zij | leveren toe | leverden toe |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is toegeleverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegeleverd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegeleverd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegeleverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegeleverd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegeleverd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegeleverd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegeleverd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegeleverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lever toe | gebiedende wijs |
| leverde toe | verleden tijd |
| te hebben toegeleverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toeleveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te leveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen leveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal leveren | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen leveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen leveren | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult leveren | bijzin, toekomende tijd |
| toegeleverd | verleden tijd, deelwoord |
| toegeleverd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegeleverd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegeleverd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeleverd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeleverd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeleverd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegeleverd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegeleverd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegeleverd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegeleverd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toelever | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toeleverde | bijzin, verleden tijd |
| toeleverden | bijzin, verleden tijd |
| toeleverend | onvoltooid, deelwoord |
| toelevert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart toegeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren toegeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was toegeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was toegeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt toegeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal toegeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toeleveren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt toegeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou toegeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toeleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toeleveren toe zou(dt) leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toeleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toeleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toegeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toegeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toeleveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toeleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toeleveren | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van toe en leveren
Woordfamilie van toeleveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lever toe | gebiedende wijs | toeleveren |
| leverde toe | verleden tijd | toeleveren |
| leverden toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toeleveren |
| levere toe | woordvorm | toeleveren |
| leveren toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toeleveren |
| levert toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toeleveren |
| toegeleverd | voltooid deelwoord | toeleveren |
| toegeleverde | woordvorm | toeleveren |
| toelever | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toeleveren |
| toeleverde | subordinate-clause, verleden tijd | toeleveren |
| toeleverden | subordinate-clause, verleden tijd | toeleveren |
| toelevere | with-subordinate-clause | toeleveren |
| toeleverend | onvoltooid deelwoord | toeleveren |
| toeleverende | woordvorm | toeleveren |
| toelevert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toeleveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeleveren zijn vastgelegd.