toekijken
werkwoord ˈtukɛikə(n)Betekenis
- naar een schouwspel of gebeurtenis kijken zonder eraan deel te nemen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je toekijken uit?
/ˈtukɛikən/
Toekijken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| k | kat |
| ɛi | trein |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van toekijken
toekijkenhele werkwoord — keek toeverleden tijd enkelvoud — keken toeverleden tijd meervoud — toegekekenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kijk toe | keek toe |
| jij | kijkt toe | keek toe |
| hij, zij, het | kijkt toe | keek toe |
| wij | kijken toe | keken toe |
| jullie | kijken toe | keken toe |
| zij | kijken toe | keken toe |
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is toegekeken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegekeken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegekeken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegekeken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegekeken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegekeken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegekeken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegekeken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegekeken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegekeken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegekeken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegekeken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegekeken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| keek toe | verleden tijd |
| kijk toe | gebiedende wijs |
| te hebben toegekeken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toekijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te kijken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen kijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal kijken | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou kijken | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden kijken | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt kijken | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen kijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen kijken | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult kijken | bijzin, toekomende tijd |
| toegekeken | verleden tijd, deelwoord |
| toegekeken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegekeken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toekeek | bijzin, verleden tijd |
| toekeekt | bijzin, verleden tijd |
| toekeken | bijzin, verleden tijd |
| toekijk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toekijkend | onvoltooid, deelwoord |
| toekijkt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| zal toegekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toekijken | bijzin, toekomende tijd |
| zou toegekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toekijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toekijken toe zou(dt) kijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toekijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toekijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toegekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toekijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toekijken | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult toekijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult toekijken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal toekijken toe zult/zal kijken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van toe bw en kijken ww
Woordfamilie van toekijken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| keek toe | verleden tijd | toekijken |
| keken toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toekijken |
| kijk toe | gebiedende wijs | toekijken |
| kijke toe | woordvorm | toekijken |
| kijken toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toekijken |
| kijkt toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toekijken |
| toegekeken | voltooid deelwoord | toekijken |
| toekeek | subordinate-clause, verleden tijd | toekijken |
| toekeken | subordinate-clause, verleden tijd | toekijken |
| toekijk | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toekijken |
| toekijke | with-subordinate-clause | toekijken |
| toekijkend | onvoltooid deelwoord | toekijken |
| toekijkende | woordvorm | toekijken |
| toekijkt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toekijken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toekijken zijn vastgelegd.