Naar de inhoud

toedekken

(ter bescherming) (met een deken) bedekken

toedekken

werkwoord

Betekenis

  1. (ter bescherming) (met een deken) bedekken

werkwoord

  1. (met een deken) bedekken transitive

Vervoeging van toedekken

toedekkenhele werkwoord — dekte toeverleden tijd enkelvoud — dekten toeverleden tijd meervoud — toegedektvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dek toe dekte toe
jij dekt toe dekte toe
hij, zij, het dekt toe dekte toe
wij dekken toe dekten toe
jullie dekken toe dekten toe
zij dekken toe dekten toe
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dek toe gebiedende wijs
dekte toe verleden tijd
er is toegedekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegedekt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegedekt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegedekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegedekt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegedekt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegedekt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegedekt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegedekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegedekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegedekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegedekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegedekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegedekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegedekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegedekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben toegedekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toedekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te dekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen dekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal dekken bijzin, toekomende tijd
toe zou dekken bijzin, voorwaardelijk
toe zouden dekken bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt dekken bijzin, voorwaardelijk
toe zullen dekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen dekken bijzin, toekomende tijd
toe zult dekken bijzin, toekomende tijd
toedek bijzin, tegenwoordige tijd
toedekkend onvoltooid, deelwoord
toedekt bijzin, tegenwoordige tijd
toedekte bijzin, verleden tijd
toedekten bijzin, verleden tijd
toegedekt verleden tijd, deelwoord
toegedekt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegedekt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegedekt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegedekt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegedekt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegedekt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegedekt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegedekt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegedekt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegedekt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart toegedekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegedekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegedekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegedekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegedekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegedekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegedekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toegedekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegedekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegedekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegedekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegedekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegedekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegedekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toegedekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegedekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegedekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegedekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegedekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegedekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toedekken bijzin, toekomende tijd
zal toegedekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegedekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegedekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegedekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegedekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegedekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toedekken bijzin, voorwaardelijk
zou toegedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegedekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegedekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegedekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) toedekken toe zou(dt) dekken bijzin, voorwaardelijk
zouden toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toedekken bijzin, voorwaardelijk
zouden toegedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegedekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegedekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegedekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toedekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegedekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen toedekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toedekken bijzin, toekomende tijd
zullen toegedekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegedekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegedekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toegedekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegedekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegedekt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegedekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult toedekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toe en dekken

Woordfamilie van toedekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dek toe gebiedende wijs toedekken
dekke toe woordvorm toedekken
dekken toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toedekken
dekt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toedekken
dekte toe verleden tijd toedekken
dekten toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toedekken
toedek subordinate-clause, tegenwoordige tijd toedekken
toedekke with-subordinate-clause toedekken
toedekkend onvoltooid deelwoord toedekken
toedekkende woordvorm toedekken
toedekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toedekken
toedekte subordinate-clause, verleden tijd toedekken
toedekten subordinate-clause, verleden tijd toedekken
toegedekt voltooid deelwoord toedekken
toegedekte woordvorm toedekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toedekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toedekken

Wat betekent toedekken?
Toedekken is een werkwoord. Het woord betekent: (ter bescherming) (met een deken) bedekken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je toedekken?
Je vervoegt toedekken als volgt: het voltooid deelwoord is toegedekt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toedekken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toedekken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toedekken in het kort

toedekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van toedekken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toedekken bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toedekken: (ter bescherming) (met een deken) bedekken
Deel toedekken — standaardnederlands.nl