titreren
werkwoordBetekenis
- afgemeten hoeveelheden toevoegen tot een waarneembaar equivalentiepunt bereikt is
Vervoeging van titreren
titrerenhele werkwoord — titreerdeverleden tijd enkelvoud — titreerdenverleden tijd meervoud — getitreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | titreer | titreerde |
| jij | titreert | titreerde |
| hij, zij, het | titreert | titreerde |
| wij | titreren | titreerden |
| jullie | titreren | titreerden |
| zij | titreren | titreerden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is getitreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getitreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getitreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getitreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getitreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getitreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getitreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getitreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getitreerd | verleden tijd, deelwoord |
| getitreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getitreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getitreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getitreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getitreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getitreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getitreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getitreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getitreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getitreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getitreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getitreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getitreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getitreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getitreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getitreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getitreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getitreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getitreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te titreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen titreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| titreer | gebiedende wijs |
| titreerde | verleden tijd |
| titrere | aanvoegende wijs |
| titrerend | onvoltooid, deelwoord |
| waren getitreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getitreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getitreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden getitreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden getitreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getitreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getitreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal titreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal titreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal titreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getitreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou getitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getitreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou titreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou titreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou titreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getitreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden titreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden titreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden titreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getitreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt titreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getitreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getitreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen titreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen titreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen titreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen titreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getitreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult titreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gehalte van oplossing bepalen’ voor het eerst aangetroffen in 1841
Woordfamilie van titreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getitreerd | voltooid deelwoord | titreren |
| getitreerde | woordvorm | titreren |
| titreer | gebiedende wijs | titreren |
| titreerde | verleden tijd | titreren |
| titreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | titreren |
| titreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | titreren |
| titrere | aanvoegende wijs | titreren |
| titrerend | onvoltooid deelwoord | titreren |
| titrerende | woordvorm | titreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van titreren zijn vastgelegd.